donderdag 8 september 2022

Kunst in de Kamer

De Tweede Kamer heeft - net als de Eerste Kamer - een eigen kunstcollectie, die 1300 kunstwerken omvat. Het grootste deel hangt, ligt en staat in het depot, een kleiner deel is te zien in de zalen, gangen en werkkamers van het gebouw. Beheerder van de collectie Hasna Bajraktarevic gaf afgelopen dinsdag, de dag dat de Kamer na het zomerreces weer voor het eerst bijeenkwam, een rondleiding langs het in de zalen en gangen zichtbare deel van de collectie. Samen met mijn collega Coby nam ik deel aan deze rondleiding, waarbij Hasna enthousiast en met kennis van zaken vertelde over de achtergrond en ontstaansgeschiedenis van ieder werk. Portretten, landschappen, beelden en plastieken, glaskunst en keramiek, het kwam allemaal voorbij in deze interessante rondleiding van anderhalf uur, die Hasna met regelmaat verzorgt en die ik van harte kan aanbevelen voor wie eens achter de schermen wil kijken en (de) kunst in de Kamer met eigen ogen wil zien.

Een van de hoogtepunten was en blijft voor mij de collectie getekende voorzittersportretten die ik al kende uit de Voorzittersgang op het Binnenhof, waarvan het leeuwendeel is getekend door Karel James. Ik stond al eerder stil bij het door hem getekende portret van Anne Vondeling.

Karel James was autodidact als tekenaar en was burgemeester van Gouda van 1938 tot de Tweede Wereldoorlog en vanaf de bevrijding tot 1965. Tijdens de oorlog was hij niet in functie. Hij werd gearresteerd en vastgezet in de gevangenis van Scheveningen vanwege vermeende belediging van een Duitse officier. Tijdens zijn gevangenschap bekwaamde hij zich verder in het tekenen van portretten. Van oud-minister van Binnenlandse Zaken Toxopeus kreeg James in 1964 de opdracht om portretten te maken van alle oud-Voorzitters van de Tweede Kamer sinds 1815. 

Een van de portretten in deze galerij die er voor mij uitspringen is dat van Jhr. Mr. D.T. Gevers van Endegeest waar ik tijdens de rondleiding een fotootje van maakte.

Voor mijn collega Coby en mij was deze rondleiding een voorproefje op het project waar we samen na onze pensionering dit najaar afscheid mee nemen van de Kamer. In de Haagse Kunstkring nemen we deel aan de tentoonstelling Kijken naar het Binnenhof van 3 t/m 26 december 2022. In het begeleidende lezingprogramma zal Hasna Bajraktarevic stilstaan bij de kunstcollectie van de Kamer. Houd de website https://sites.google.com/view/kijkennaarhetbinnenhof/homepage/parallelprogramma in de gaten voor meer informatie.



vrijdag 2 september 2022

Afscheid van het Binnenhof

Afscheid van het Binnenhof. Gisteren was de laatste werkdag waarop ik inzetbaar was voor een eventuele ingelaste vergadering van het parlement in deze laatste week van het zomerreces. Het mocht niet zo zijn, de Kamer kwam - na de ingelaste vergadering van 23 augustus - deze week niet terug van reces.

Morgen is het weekend en daarna begint een nieuw parlementair jaar, waarin ik niet in het vergaderrooster vermeld ben, want tot aan mijn pensioen per 25 september heb ik de vakantiedagen opgenomen die ik nog had. Het werk zit er nu dus op, zoals mijn werkende leven over drie weken naadloos overgaat in het mogen zonder moeten en het doen zonder hoeven. Het voelt direct al anders.

Vandaag heb ik lekker in de tuin gewerkt van mijn hofjeshuis met de buren en het lijfelijke gevoel van tijd om in alle rust en ontspanning klussen aan te pakken en af te maken en tevreden terug te zien op het resultaat. Het is het begin van een nieuwe tijdrekening.

Tijd om, nu het Binnenhof in meerdere opzichten achter me ligt, in gedachten de vertrouwde wandeling te maken van Binnenhof 3 langs de Ridderzaal en schuin het carré over te steken dat we allemaal zo  goed kennen als onze nationale openluchthuiskamer. We zien, op deze foto die ik maakte, ijscoman Moes met zijn ijskar in de zon en de dagjesmensen die in een langgerekt nu de tijdloosheid bevolken. 

Hoe zei de dichteres Vasalis het ook alweer in haar gedicht Eb?

"Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?"

--

Eb

Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door 't ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

M. Vasalis




donderdag 25 augustus 2022

Druivenlikeur

De afgelopen jaren ontdekte ik de beste manier om overtollig fruit van het seizoen te verwerken en het een feestelijk tweede leven te geven. Na(ast) het maken van jams bleek likeur een heerlijk alternatief. 

Zo maakte ik al eerder likeur van peren, pruimen, vijgen, kiwi's, citroenen en hazelnoten. Maar druiven ontdekte en gebruikte ik er niet eerder voor, tot nu toe. Na een rijke oogst heb ik ze in potten op inmaakbrandewijn gezet en vermengd met suiker. Alleen nog een kaneelstokje en kruidnageltje erbij en dan rustig de komende twee tot drie maanden laten macereren. Dat heet ook wel koude extractie, waarbij het fruit zijn smaak langzaam afgeeft aan de brandewijn.

Nu dus geduldig wachten, af en toe de potten omkeren en als het moment daar is bottelen in mooie kleine flesjes, om die vervolgens uit en/of weg te schenken. Een heerlijk vooruitzicht.



maandag 22 augustus 2022

Terug van reces

Op 3 juli jl. schreef ik mijn laatste stukje in deze kleine serie Afscheid van het Binnenhof, waarin ik stilsta bij de jaren dat ik op het Binnenhof rondliep en bij het einde aan mijn werkzame leven daar, nu ik in september a.s. met pensioen ga, aan het eind van de week met Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen. Ik draai dus nog één rondje mee en stap uit de parlementaire draaimolen bij het begin van een nieuw parlementair jaar.

In dat stukje schreef ik al dat er in het lopende zomerreces alle kans is dat de (Tweede) Kamer terugkeert van reces om te debatteren over wat niet kan wachten. Dat gaat er morgen, in de voorlaatste recesweek, inderdaad van komen. 

Op de website van de Tweede Kamer is hierover te lezen (https://www.tweedekamer.nl/nieuws/kamernieuws/tweede-kamer-keert-terug-van-zomerreces): "De Tweede Kamer keert op dinsdag 23 augustus terug van het zomerreces. Kamerlid Geert Wilders (PVV) doet tijdens de regeling van werkzaamheden een verzoek voor een plenair debat. Aanleiding zijn onder meer de uitspraken van Wopke Hoekstra, minister van Buitenlandse Zaken, over stikstofafspraken uit het regeerakkoord en de reactie van minister-president Mark Rutte hierop. De vergadering is live te volgen via deze website en de app Debat Direct."

Aangezien ik nu nog steeds in dienst ben van de Kamer en mijn opgenomen vakantie erop zit, behoor ik met mijn aanwezige collega's tot de gelukkigen die morgen weer aantreden om verslag te doen van het verhandelde in de plenaire zaal. Het kost me weinig moeite om het debat voor me te zien zoals dat zich morgen na een korte regeling van werkzaamheden zal ontvouwen. Ik kan ook al bedenken hoe de hoofdrolspelers elkaar tegemoet zullen treden en welke posities ze gaan innemen. De tribunes zullen weer volzitten en de pers zal de hele dag berichten over de spitsvondigheden die gepaard gaan met het verbale wapengekletter.

Mijn collega's en ik doen met de andere ondersteunende diensten van het parlement ons werk om recht te doen aan de belangrijke functie die onze volksvertegenwoordiging vervult in het maatschappelijk verkeer, in dit geval bij de hoog opgelopen stikstofcrisis die de gemoederen nu al maanden bezighoudt en het land verdeelt. Uiteindelijk komt het altijd tot een stemming als basis voor een meerderheidsbeslissing. De meeste stemmen gelden in een democratie.

Het Binnenhof zelf is inmiddels al maanden niet meer toegankelijk vanwege de grootschalige verbouwing, waardoor we met de Tweede Kamer zijn uitgeweken naar het voormalige ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Bezuidenhoutseweg ("B67") en met de Eerste Kamer, waar wij ook voor werken, naar Huis Huguetan aan het Lange Voorhout en de Kazernestraat.

Mijn eerste voetstappen op het Binnenhof zette ik in de Eerste Kamer, in november 1975, en aangezien ik dat gebouw de komende jaren na mijn pensionering niet (snel) meer zal betreden haal ik hier een visuele herinnering op met een foto die ik maakte van het trappenhuis van de Eerste Kamer bij Binnenhof 23. De engeltjes in het stucplafond staan symbool voor wat de meningsverschillen van dat moment overstijgt en de bestuurlijke eenheid die aan het eind van vele en langdurige debatten gloort.

Ook morgen komt er een einde aan het debat en is alles rustig na te lezen in de Handelingen en via Debat Gemist, zoals het de gehele dag tijdens het debat te volgen is via de televisie, de livestream op de website van de Kamer en via de app Debat Direct. Een hele organisatie met veel ervaring en professionaliteit zorgt ervoor dat het parlementaire proces ook morgen weer tot in de puntjes verloopt. In het belang van ons hele land. Tot uw dienst.




woensdag 10 augustus 2022

De spiegeling van licht

De schoonheid en de verrassing liggen soms dicht bij huis. Het licht schildert en spiegelt rond mijn favoriete slootje.




dinsdag 9 augustus 2022

Zicht op Hofwijck

Vanmiddag zat ik met mijn lief op een terras te lunchen met zicht op Hofwijck, de buitenplaats van Constantijn Huygens aan de Vliet. Gelukkig had ik mijn tekenboekje en een potlood bij me, dus voordat de lunchsalade kwam had ik mooi even de tijd om een snel schetsje te maken. Dat heb ik thuis een beetje ingekleurd op mijn telefoon. Altijd fijn om te doen en aangenaam om zo'n vingeroefening weer terug te zien.



vrijdag 5 augustus 2022

Richter Roegholt (1)

"waar zullen we later aan denken"

Bij het lezen van dit gedicht denk ik toch vooral aan Richter Roegholt zelf, jarenlang mijn buurman aan de Amsterdamse Nieuwe Herengracht. Jongensachtig, verstrooid, allesweter, rasverteller. Op elke vierkante meter van zijn Amsterdam - in de 2 vierkante kilometer die zijn en mijn actieradius vormde - kon het gebeuren. Je kwam hem tegen, altijd te voet, en binnen een halve minuut nam het gesprek weer alles over waar je eigenlijk mee doende of naar op weg was. In een groot en voor de ander onzichtbaar verband kwam de omgeving waar je op dát moment stond tot leven en kreeg alles zijn betekenis, gedragen door mensen, bezield door idealen en ideeën en gestold in de gebouwen om ons heen. Op een ander moment sta ik graag uitgebreider stil bij Richter en zijn betekenis in mijn eigen leven. Nu gedenk ik hem hier kort in dankbaarheid. Dag Richter ...

--

Amsterdam

Wanneer je denkt hoe het vroeger was
de kleine orgelman in Casablanca
- je ziet hem nu nog wel op straat -
smeet de jofele meiden door de dancing
het was de tijd dat Kid Dynamite nog leefde
die alles kon op trompet en sax
aan de drum zat een neger met een gouden bril
zo ernstig we noemden hem de deftige sprinkhaan
dat was 1950
dat was de muziek
voordat de 45-toerenplaat hier kwam

Later kwam rock 'n roll
het was de laatste winter van de lange rok
er was een wedstrijd in Kras het leek wel atletiek
de kranten schreven dat de jeugd bedorven werd
zoveel beweging denkt u daar niets bij
dat was 1957

De cool jazz kwam in nachtkonserten
en zwarte letter-affiches van Lou van Rees
de rokken waren kort en nauw
er werd niet gesmeten
het geluid van Miles Davis juichte niet
de trompet van Miles
liep zachtjes naar binnen
je werd er stil van
en je vond een nieuwe ruimte
het werd het tijdperk van weed
het kruid waar Mary Juana naar werd genoemd
en de meisjes droegen zwarte maillots
en zwarte kleren zwarte ogen
dat was 1960

Zo was het vroeger
het is ook 1965 geweest
het jaar van Yesterday en Op Art
het is nu december 1966
waar zullen we later aan denken

Richter Roegholt (1925-2005)



maandag 1 augustus 2022

Jan Tinbergen (3)

Jan Tinbergen (3) - De norm voor ontwikkelingshulp

Jan Tinbergen (1903-1994) heeft zich zijn hele actieve leven als vooraanstaand econoom ingezet voor verdrijving van armoede en een eerlijke en rechtvaardige verdeling van welvaart en schaarste. Hij was een pionier op het terrein van de internationale ontwikkelingssamenwerking. Daarbij zocht hij consequent naar wetenschappelijk te onderbouwen oplossingen. 

In 1965 werd hij de eerste voorzitter van de Commissie voor Ontwikkelingsplanning van de Verenigde Naties, met als doel een strategie voor het tweede ontwikkelingsdecennium (1970–1980) voor te bereiden. Tinbergen ontwikkelde er de doelstelling voor ontwikkelingssamenwerking die bekend werd als de Tinbergennorm: de benodigde ontwikkelingshulp om het beoogde doel te halen was ongeveer 1% van het nationale inkomen van de ontwikkelde landen, waarvan ongeveer 0,3 procentpunt werd opgebracht door private inkomensoverdrachten. De overige 0,7 procentpunt was voor de rekening van nationale overheden. Deze 0,7-procentsnorm werd in 1969 overgenomen door de Wereldbank en in 1970 door de VN.

In 1975, met Jan Pronk (leerling en oud-medewerker van Tinbergen) als minister voor Ontwikkelingssamenwerking, haalde Nederland de doelstelling voor het eerst, en de jaren daarna was het budget voor ontwikkelingssamenwerking onomstreden – onder partijen zowel links als rechts op het politieke spectrum.

Hier haal ik de ingezonden brief aan die Jan Tinbergen aan NRC Handelsblad schreef, die op 28 november 1992 in deze krant stond:

"In NRC Handelsblad van 17 november 1992, blz. 2, wordt bericht dat de regering de norm voor ontwikkelingshulp heeft 'geschrapt'. In dat bericht wordt er ook aan herinnerd dat de Verenigde Naties de bekende norm van 0,7% van het bruto nationaal produkt (bnp) hanteren. Onder dit bericht wordt Uw blad aanbevolen aan hen die de nuance zoeken. Gaarne lever ik een nuance, maar 'pas op de opiniepagina'.

Toen in de Algemene Vergadering van 1970 tot de norm van 0,7 werd besloten waren een aantal cijfers nog niet bekend, die uitwijzen dat een norm van 2,0% nodig  is. Bedoelde cijfers toonden nl. aan dat tussen 1960 en 1979 de inkomens per hoofd van de welvarende landen sterker stegen dan die van de arme landen. Er was toen dus divergentie, een zeer ongewenst verschijnsel, dat de immigratie van burgers van arme naar welvarende landen aanmoedigt. Om geen divergentie te krijgen zou minstens 2% hulp nodig zijn. Daarmee zou dan nog geen convergentie bereikt worden.

Toegegeven moet worden, dat na 1970 wel enige convergentie is verkregen. Doch bij de huidige omvang van de hulp (0,35% van het bnp) zou het meer dan negen eeuwen duren voordat de inkomens (voor dezelfde beroepen) van de arme en de rijke landen aan elkaar gelijk zouden zijn geworden. En het officiële hulpbedrag van 0,7% zou die duur van het ontwikkelingsproces maar met 2% bekorten. Zelfs de2% hulp houdt de duur nog boven de acht eeuwen.

Deze cijfers maken de toegenomen immigratie wel begrijpelijk. Het beperken van die immigratie met politiegeweld is te verwerpen. Een betere methode is de behoefte aan migratie te verminderen en dat kan door meer ontwikkelingshulp. Het is, zo bezien, in ons eigen belang om de ontwikkeling van de arme landen te versnellen. Het is geen idealisme of altruïsme; het is alleen minder kortzichtigheid  - een kwaal waaraan veel mensen lijden."

J. Tinbergen
Den Haag

De conclusie van Tinbergen is ook 30 jaar na deze brief nog hoogst actueel, net als de inzichten die ik eerder van hem aanhaalde, uit 1934 over een basisinkomen en uit 1993 over een wereldregering.

Jan Tinbergen was zijn tijd ver vooruit en verdient groot respect voor zijn visie op en inzet voor een betere wereld. Het is de reden dat ik als dichter voor hem heb gekozen in het kader van het project Dichter bij de dood op begraafplaats Oud Eik en Duinen waar hij begraven is. Tijdens Allerzielen (2 november) van dit jaar draag ik er mijn gedicht voor waarin ik de kern heb proberen te raken van zijn opvattingen en ideeën. 

Mijn gedichten bij vorige edities van Dichter bij de dood vind je op https://sites.google.com/site/gedichtenvoorallerzielen/home. 

Deze ingezonden brief van Tinbergen is te lezen in het aan hem gewijde archief op https://eur.contentdm.oclc.org/digital/collection/tb_mans/id/13264/rec/64.



zaterdag 30 juli 2022

Jan Tinbergen (2)

Jan Tinbergen (2)

In zijn lange leven heeft natuurkundige, econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen (1903-1994) blijk gegeven van een analytische geest en een gefundeerd idealisme. Dat hij tot op hoge leeftijd is blijven publiceren over zijn ideeën voor een betere wereld blijkt wel uit het Engelstalige opstel dat ik hier van hem deel, onder de titel "The Need for Global Governance." Hij schreef het in 1993, een jaar voor zijn dood. 

De laatste alinea is veelzeggend: "I hope this sketch provides the reader with a sufficiently concrete image of how to conceive of world governance. Many alternatives and better examples are possible, but the fundamental point is that we believe in the possibility of a world government. Without it we shall have no future."

Alleen door samenwerking en afspraken op wereldschaal ziet Tinbergen mogelijkheden om grote problemen op te lossen op het gebied van vrede en veiligheid, milieuvervuiling, armoede en onderontwikkeling, duurzaamheid en het behoud van voldoende natuurlijke hulpbronnen. De beheersing van kernwapens, het schoonhouden van de oceanen en het voorkomen van klimaatverandering noemt hij in zijn tweede alinea als voorbeelden, die in de 29 jaar sinds het schrijven van dit opstel alleen maar prangender zijn geworden.

In zijn boek Een leefbare wereld (1970) stond Tinbergen al stil bij de gedachte van een wereldregering. Een citaat daaruit: "Bij velen bestaat grote reserve, om het zacht uit te drukken, ten aanzien van elk pleidooi voor een ‘wereldregering’, waarmee men een wereldorde ook zou kunnen aanduiden. Doch een deel van deze reserve en tegenstand berust op een reeks misverstanden. Een eerste misverstand is dat men door de nationale staat te handhaven vrij blijft. (...) Een tweede misverstand is dat men denkt dat alles wat nu door nationale regeringen wordt beslist onder een wereldorde door de ‘wereldregering’ zou worden beslist."

In zijn opstel uit 1993 probeert hij het tweede misverstand van hierboven weg te nemen door met een concrete handreiking te komen: "Which level should be chosen to address a given problem? The answer is given by what I call the 'theory of the optmium level of decision making', or what some have called  'subsidiarity'. Two principles must be satisfied: (i) agreement on the interests dealt with must be attained, and (ii) at the lowest possible level. The lower that level is, the more democratic the  decision making is. But if a decision affects others, they must be involved, otherwise it will lead to conflict. For example, if industrial wastes from one country pollute another country's drinking water, both countries must agree how to eliminate polution and how to to pay for it."

De Verenigde Naties ziet Tinbergen als de basis voor zo'n wereldregering. De VN is immers juist opgericht met het doel om wereldomvattende problemen op te lossen. Het 50-jarig bestaan van de VN in 1995 biedt in zijn ogen de gelegenheid om de organisatie te versterken en hervormen.

Hiermee laat Jan Tinbergen zien dat hij idealistische vergezichten koppelt aan een praktische en doelgerichte aanpak, waarbij hij - in de woorden van zijn leerling Jan Pronk - niet vooruit droomt maar vooruit denkt en altijd probeert "oplossingen aan te dragen die, ook al waren ze niet aanstonds toepasbaar, in een tijdsbestek van vijf tot zeven á tien jaar verwezenlijkt konden worden."

De thema's die Tinbergen behandelt in zijn veelomvattende werk zijn ook nu nog actueel, zoals ik op 25 juli al liet zien in de vorige aflevering van deze aan hem gewijde korte serie. Toen ging het over zijn pleidooi (in 1934!) voor een basisinkomen. 

Jan Tinbergen is van alle tijden. Hij verdient het dat zijn gedachtegoed een rol blijft spelen in het oplossingsgerichte debat over de vraagstukken van onze tijd.

Voor Tinbergen heb ik als dichter gekozen in het kader van het project Dichter bij de dood op graf op de Haagse begraafplaats Oud Eik en Duinen, waar hij sinds zijn overlijden in 1994 begraven ligt in graf 1-6347. Het gedicht dat ik over hem en zijn nalatenschap schrijf draag ik daar voor tijdens Allerzielen (2 november) van dit jaar om hem te eren. 

Mijn gedichten bij vorige edities van Dichter bij de dood vind je op https://sites.google.com/site/gedichtenvoorallerzielen/home.

Jan Tinbergen leeft. Leve Tinbergen.



































maandag 25 juli 2022

Jan Tinbergen (1)

Ik ben me aan het inlezen in het gedachtegoed van econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen. Gisteren was ik bij zijn graf op de mooie Haagse begraafplaats Oud Eik en Duinen, waar hij sinds zijn overlijden in 1994 begraven ligt in graf 1-6347.

Over Tinbergen schrijf ik een gedicht waarin ik de kern probeer te raken van zijn opvattingen en ideeën. Dat doe ik voor het project Dichter bij de dood waaraan ik al vanaf 2016 als dichter meewerk: het op deze begraafplaats voordragen van zelfgeschreven gedichten over de dood tijdens Allerzielen (2 november), om zo dichters, schrijvers, kunstenaars en anderen te eren die hier begraven zijn. Na vorige edities koos ik dit jaar voor prof. dr. Jan Tinbergen (1903-1994). 

Van en over Tinbergen is veel te vinden, ook veel wat raakvlakken heeft met de wereld en de maatschappelijke vraagstukken van 2022, 28 jaar na zijn overlijden en 119 jaar na zijn geboorte. Het laat zien dat zijn gedachtegoed nog in hoge mate actueel is.

Bijna tienduizend brieven uit de wetenschappelijke correspondentie van Jan Tinbergen zijn online te raadplegen op https://tinbergenletters.eur.nl.

Zo laat ik hier de brief uit dit hoogst interessante archief zien die Tinbergen in oktober 1934 schreef aan Koos Vorrink, in reactie op een geschrift van "den heer Lewe van Middelstum". Ik citeer:

"Wat mij echter zeer interessant in het geschrift is, is zijn pleidooi voor iets, waar ik me de laatste tijd ook warm voor maak, n.l. voor wat ik heb genoemd een basis-inkomen, di. een inkomen, dat door de gemeenschap aan ieder (volwassen) lid wordt uitgekeerd, of hij werkt of niet. Het in het bedrijf verdiende loon zal dan natuurlijk afnemen, maar de bestaanszekerheid is veel groter, mede omdat de werkloosheid er ernstig door zal verminderen. Zowel bij het Plan van de Arbeid (bij de voorbereidingen beter gezegd) als in andere kringen breek ik er diverse lansen voor en het trof mij, dat ook de heer L.v.M. daarvoor voelt."

Het idee van een basisinkomen is al lang in discussie en het laatste woord is er zeker nog niet over gezegd. Dit is slechts één voorbeeld dat laat zien dat Jan Tinbergen ook zoveel jaren na zijn dood nog van betekenis is voor het discours van onze tijd en het vinden van oplossingen voor maatschappelijke kwesties. In komende afleveringen van deze aan hem gewijde korte serie zal ik nog enkele voorbeelden aanhalen.

Alle reden om Jan Tinbergen voor het voetlicht te halen en het stof weg te blazen dat hier en daar op zijn nalatenschap is neergedwarreld. Wie schrijft die blijft, de wetenschapper én de dichter.

--

Mijn gedichten bij vorige edities van Dichter bij de dood vind je op https://sites.google.com/site/gedichtenvoorallerzielen/home. 




zondag 3 juli 2022

Max van der Stoel

Afscheid van het Binnenhof- Terug naar Max van der Stoel

Morgen begint de laatste vergaderweek vóór het zomerreces van de Tweede Kamer. De Eerste Kamer, waar onze dienst ook - al sinds 1849! - voor werkt, vergadert nog een weekje langer door, en in september komen beide Kamers respectievelijk op 5 en 12 september weer bijeen.

Net als in vorige jaren en recessen is er alle kans dat de Kamer (en dan vooral de Tweede) ook tijdens de komende zomerstop terugkeert om te debatteren over wat niet kan wachten. Het jaar 2021 spande wat dat betreft de kroon, volgens het handzame overzicht op parlement.com: https://www.parlement.com/id/vj15jddojsyf

Hoe dan ook wordt het de komende week mijn laatste keer op kantoor, want ook als we vóór september de Kamer(s) weer bijstaan bij de verslaglegging van de vergadering(en) die zich aandienen kan dat dankzij het coronaprotocol dat de afgelopen twee jaar moeiteloos in werking is getreden ook vanuit huis. Daarom trakteer ik mijn collega's aanstaande woensdag, mijn laatste kantoordag, op gebak van de Wiener Konditorei en maak ik aan het eind van de dag mijn bureau leeg. Einde van een tijdperk...

Op 22 september neem ik samen met mijn collega Coby afscheid tijdens een receptie van ons beiden in de Max van der Stoelzaal in het voormalig ministerie van Buitenlandse Zaken waarin de Tweede Kamer sinds we het Binnenhof verlieten is gehuisvest, nu B67 geheten.

Daarmee is - voor mij - de cirkel rond, want het einde raakt hiermee aan het begin. Max van der Stoel was minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Den Uyl toen ik, in 1975, binnenkwam via Binnenhof 1a. Op de foto bij dit stukje zien we hem achter de regeringstafel in de Oude Zaal tijdens het NAVO-debat van 28 oktober 1975 met naast zich Henk Vredeling, toen minister van Defensie. De foto werd gemaakt door Rob Mieremet van fotopersbureau Anefo en is onderdeel van de Max van der Stoel Collectie van het Nationaal Archief.

Het is een van de vele beelden die ik in mijn geheugen met me meedraag, vooral van die eerste jaren van het inmiddels welhaast legendarische kabinet. De tribunes zaten vol tot diep in de nacht, er was weinig te bespeuren van de kloof tussen kiezers en gekozenen  die nu de kolommen van de kranten vult. De verbeelding was aan de macht met het kabinetsdoel van het eerlijk delen van kennis, macht en inkomen. Ook toen was er al een oliecrisis en moesten kabinet en parlement het hoofd bieden aan grote economische problemen. De geschiedenis leert dat we er vandaag de dag nog zijn en dat het parlement er ook nu telkens weer in slaagt een antwoord te formuleren op de maatschappelijke problemen waar we met ons allen voor staan.

De geschiedenis gaat door, net als Coby en ik die in december op onze eigen manier nogmaals afscheid van het Binnenhof nemen tijdens de tentoonstelling Kijken naar het Binnenhof in de Haagse Kunstkring.



Wu wei

Wu wei Een bos in het klein een brem in de aarde De zon aan de hemel met regen en wind Zo groeizaam gedijt hier een wereldje waarde en komt ...